Onderzoeken Expertisecentrum PsyQ Persoonlijkheidsstoornissen Amsterdam

pdf

Onderzoeken Expertisecentrum PsyQ Persoonlijkheidsstoornissen Amsterdam

Lopende onderzoeken

Behandeling cluster-C PS met groeps-schematherapie

De voorlopige resultaten van de pilot naar behandeling van cluster-C Persoonlijkheidsstoornissen met groeps-schematherapie lieten zien dat de effecten groot waren en dat er sprake was van verdere verbetering in het tweede jaar, waarin geen behandeling meer plaatsvond.

Er was niet alleen sprake van een vermindering van manifestaties van de persoonlijkheidsstoornis, maar ook van algemene psychische klachten, en van een verbetering van sociaal en maatschappelijk functioneren. Ook deze verbeteringen zetten door in het tweede jaar.

De dropout was laag, wat er op wijst dat de behandeling zeer aanvaardbaar was voor deelnemers. Deze voorlopige resultaten liggen ten grondslag aan een nieuw groot project, waarin in 10 GGZ instellingen (5 daarvan PsyQ vestigingen) dit groeps-schematherapieprotocol verder wordt onderzocht op effectiviteit, kosteneffectiviteit, en indicatiestelling. Deze multicenter RCT wordt mogelijk gemaakt door een ZonMW subsidie en uiteraard de bijdragen van de deelnemende instellingen

Contactpersoon
​​​​​​​Arnoud Arntz

Schematherapie voor paren

  1. Schematherapie für Paare (ST-C), bei denen einer oder beide Partner*innen an einer Persönlichkeitsstörung leiden – Eine Pilotstudie“ , Verhaltenstherapie & psychosoziale Praxis (in press)

Looptijd
​​​​​​​
Start: begin 2019
​​​​​​​Einde: eindtijd inclusie: juli 2021

Er zijn veel individuele verschillen tussen patiënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS), ondanks dat zij dezelfde diagnose toegekend krijgen. Dit heeft tot gevolg dat de ene behandeling beter aansluit bij de ene patiënt, terwijl een andere patiënt juist meer baat heeft bij een andere behandeling. Een belangrijke vraag binnen de gezondheidszorg is dan ook “Wat werkt het beste voor wie?”. Door middel van het BOOTS (Borderline Optimal Treatment Selection) onderzoek wordt beoogd om meer inzicht te krijgen in welke van de twee veel aangeboden evidence-based behandelingen voor BPS, Dialectische Gedragstherapie (DGT) en Schematherapie (ST), het meest (kosten)effectief is voor welke patiënt, en waarom. Oftewel; welke patiëntkenmerken bepalen of een patiënt beter voor ST of DGT kan worden geïndiceerd en welke mechanismen liggen hieraan ten grondslag?

Het onderzoek betreft een multicenter gerandomiseerd gecontroleerd effectonderzoek waaraan meerdere gezondheidszorginstellingen deelnemen, namelijk PsyQ (Amsterdam en Rotterdam-Kralingen), i-psy (Amsterdam), Antes (Rotterdam), GGZ inGeest (Amsterdam), NPI (Amsterdam), Pro Persona (Ede en Tiel), GGZ NHN (Heerhugowaard) en GGZ Rivierduinen (Leiden). De inclusie van 200 patiënten is gestart begin 2019 en zal doorlopen tot juli 2021, om 200 cliënten te kunnen includeren. Patiënten worden per toeval toegewezen aan DGT of ST. Beide behandelingen betreffen ambulante behandelingen en worden in een combinatie van een individueel traject en groepstraject gegeven. De patiënten worden gevolgd over een periode van ruim drie jaar, waarbij gedurende de behandeling (maximaal ruim twee jaar) elke drie maanden een meting plaatsvindt en na de behandeling twee follow-up metingen (na zes en 12 maanden).  ​​​​​​​

Contactpersoon
Annemieke Koppeschaar

Looptijd
​​​​​​​
Start:
Einde: eind 2021 - begin 2022

Nieuw protocol voor groepsschematherapie (Farrell&Shaw) bestaande uit 30 sessies, 5 boostersessies en 300 minuten individueel. Gericht op cliënten met een Andere Gespecificeerde Persoonlijkheidsstoornis o.b.v. afname SCID-5-P. Onderzoek naar nieuw protocol (nog in ontwikkeling) specifiek voor deze cliënten in een open groep (uit- en instroom om de 10 weken).

Contactpersoon
Kasper Nikkels

Looptijd
​​​​​​​
Start:
Einde: eind 2021 - begin 2022

Schematherapie is een effectief bewezen behandeling voor de borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS). Imagery Rescripting (ImRs)  is een experiëntiële techniek die binnen de schematherapie wordt gebruikt om ongunstige ervaringen in de kindertijd, waaronder trauma’s, te behandelen, door patiënten in hun behoeften te voorzien en zo de betekenisverlening te veranderen. Deze traumabehandeling vindt in het huidig protocol in het midden van de behandeling plaats. Uit klinische indruk is het idee ontstaan dat dit best eerder in de therapie kan plaatsvinden en mogelijk de therapie kan versnellen.

Het doel van dit onderzoek is om te kijken wat het effect is van behandeling van ongunstige ervaringen opgedaan in de kindertijd (door Imagery Rescripting) vroeg in de behandeling op het verloop van de ernst van BPS gedurende schematherapie. Daarnaast wordt er gekeken wat het effect is van deze vroege traumabehandeling op mogelijke drop-out, op de werkrelatie met de therapeut, en op schema’s in het domein van onveiligheid en verbinding. Als laatste wordt er nog gekeken naar effecten op algemeen functioneren, PTSS-symptomen, algemene psychische klachten, kwaliteit van leven, geluk, schema’s en modi.

Patiënten met BPS als primaire diagnose zullen voor de duur van 18 maanden een groeps-schematherapie behandeling volgen met daarnaast 1 x per week een individuele sessie. Deze individuele sessie zal na 12 maanden overgaan naar 1 x per 2 weken en na 21 maanden afbouwen naar 1 x per maand. Behandeling zal stoppen na 24 maanden. De ImRs vindt in de individuele sessies plaats.

We hebben 41 patiënten nodig verdeeld over 4 sites. Er wordt gerandomiseerd over 2 condities die alleen in het individuele traject onderscheid maken: in maand 2, 3 en 4 zal er elke sessie ImRs worden toegepast (conditie A) ofwel gebruikelijke ST (conditie B, ImRs pas na 4 maanden toegestaan).

  • start- en eindtijd: onderzoek is reeds gestart, eindigt waarschijnlijk eind 2021-begin 2022.
  • contactpersoon: Annemieke Koppeschaar
  • (indien reeds verschenen) publicaties: geen

Contactpersoon
​​​​​​​Annemieke Koppenschaar

Looptijd
​​​​​​​
Start: 1 oktober 2020
Einde: 31 december 2024

This study is a first pilot of the addition of schema therapy (ST) based couples therapy to individual ST for patients with personality disorder (PD) according to DSM-5 criteria. The prevalence of severe relationship problems with the partner is common in PD, and although addressing such problems as part of the treatment package for PD seems obvious, no research has documented the feasibility and effects of such an approach. Models have been proposed, but never formally put to the test. The current study tests the effects of adding a ST-based couples module to a regular course of individual ST for PD. By using a multiple baseline case series design, with a crossover of two types of couples therapy, and comparing the short-term effects of the module to those of non-ST based usual couples therapy (communication training), baseline (wait), and ST-preparation, the following questions are addressed:

  1. Does the experimental module have stronger effects than baseline, ST-preparation, and communication training on outcomes related to partner-relationship problems and individual problems?
  2. Is the order couples-ST-communication training superior to the opposite order?

Contactpersoon
Leo Goetstouwers

​​​​​​​