Diagnostiek & Protocollen

De diagnose ADHD bij volwassenen wordt gesteld op basis van:

  1. aanvang van de symptomen in de kindertijd (voor het 12e jaar volgens DSM-5)
  2. minimaal 6 van 9 kenmerken van aandachtstekort en/of hyperactiviteit/impulsiviteit als kind
  3. disfunctioneren door de symptomen op 2 of meer gebieden
  4. als volwassene nog steeds last van 5 van 9 kenmerken van aandachtstekort en/of hyperactiviteit/impulsiviteit (DSM-5)
  5. en nog steeds disfunctioneren op 2 of meer gebieden

De diagnose wordt vastgesteld met behulp van het Diagnostisch Interview voor ADHD bij volwassenen, 2e editie (DIVA 2.0). De DIVA 2.0 is gebaseerd op de DSM-IV criteria en is het eerste gestructureerde Nederlandse interview voor ADHD bij volwassenen. DIVA-5 o.b.v. de DSM-5 criteria is in voorbereiding.

De DIVA 2.0 werd ontwikkeld bij het Kenniscentrum ADHD bij volwassenen door J.J.S. Kooij en M.H. Francken in 2007. Het instrument is bedoeld voor professionele diagnostiek, de antwoorden behoeven interpretatie door de onderzoeker. Patiënten, familieleden en anderen kunnen geïnteresseerd zijn in DIVA 2.0, maar het is goed te weten dat het zelf invullen van de DIVA 2.0 niet gelijk staat aan een professionele diagnose.

Tijdens het diagnostisch onderzoek dienen behalve de ADHD symptomen gedurende de levensloop, ook de veel voorkomende bijkomende psychiatrische en lichamelijke stoornissen te worden onderzocht.

Veel voorkomende psychiatrische stoornissen zijn:

Op lichamelijk gebied zien we vaak chronische moeheid, overbelasting, burn out, overgewicht, RSI en dergelijke klachten. Al deze klachten en stoornissen moeten in samenhang onderzocht worden voordat de diagnose ADHD kan worden gesteld. Dit is van belang voor het onderscheid tussen ADHD en andere stoornissen, en voor de volgorde van de eventuele behandeling.

Zelfrapportage vragenlijsten